Opgroeien met een ouder die emotioneel onvoorspelbaar is, laat diep verankerde patronen in het zenuwstelsel achter. Misschien was je vader of moeder* afwezig op momenten dat je steun nodig had, of juist intens aanwezig, maar op een manier die onvoorspelbaar of overweldigend voelde. Soms gaf de ouder liefde en aandacht, maar soms trok hij/ zij zich terug of reageerde kritisch. Als kind leer je snel: nabijheid kan tijdelijk en onbetrouwbaar zijn en liefde moet verdiend worden.

Deze ervaringen vormen kernwonden die vaak pas in volwassen relaties en keuzes zichtbaar worden. Het goede nieuws? Werken aan je basisveiligheid en nieuwe, veilige ervaringen opdoen, kunnen je helpen om deze kernwonden te helen en veiligere, duurzame verbindingen aan te gaan.

1. 'Ik ben niet goed genoeg.'

Een veelvoorkomende kernwond is het gevoel dat je niet goed genoeg bent. Als kind kan het lijken alsof liefde afhankelijk is van prestaties, gedrag of gehoorzaamheid. Bijvoorbeeld: je vader complimenteerde je alleen bij succes, of was kritisch wanneer je zijn verwachtingen niet haalde.

Als volwassene uit dit zich vaak in perfectionisme, zelfkritiek, faalangst of angst voor afwijzing. Je voelt een constante druk om te presteren of te voldoen, uit angst dat anders liefde of aandacht wegvalt.

2. 'Ik doe het altijd fout.'

Een emotioneel onvoorspelbare ouder kan een kind laten voelen dat wat het ook doet, het nooit helemaal goed genoeg is. Wat vandaag werd geaccepteerd, kan morgen kritiek oproepen. Het kind leert: “Wat ik ook doe, het is fout.”

Als volwassene uit dit zich vaak in keuzestress, piekeren, verlammende angst voor fouten, overmatige controle of pleasen in relaties. Het zenuwstelsel is constant alert op signalen van onenigheid of twijfel, omdat vroegere fouten directe afwijzing of verlies betekenden.

3. 'Ik moet liefde verdienen.'

Een emotioneel onvoorspelbare ouder leert vaak dat intimiteit en erkenning niet vanzelfsprekend zijn. Je leert dat je iets moet doen of veranderen om liefde te ontvangen.

In volwassen relaties kan dit zich uiten als moeite met ontvangen van liefde, schuldgevoel bij plezier, of het aanpassen van jezelf om erbij te horen. Het oude script zegt: “Als ik ontvang, kan ik het verliezen.” Het nieuwe leren is: "ik mag ontvangen zonder dat er iets tegenover hoeft te staan."

4. 'Ik kan niet op anderen vertrouwen.'

Inconsistente signalen van een ouder leiden tot onzekerheid: wie blijft, wie vertrekt, wie reageert op welke manier? Het kind leert: mensen zijn onvoorspelbaar, dus je moet op jezelf vertrouwen.

Als volwassene kan dit zich uiten in moeilijkheden met intimiteit, angst voor afwijzing, controlebehoefte, of terugtrekken bij nabijheid. Het zenuwstelsel blijft actief op signalen van nabijheid, bang dat het elk moment wegvalt.

5. 'Mijn gevoelens zijn niet belangrijk.'

Wanneer een ouder emoties niet erkent of valideert, leert een kind: mijn gevoelens tellen niet. “Ik mag me niet druk maken, mijn verdriet is overdreven, mijn boosheid is slecht.”

Volwassenen met deze kernwond hebben vaak moeite met zelfexpressie, ervaren schuld of schaamte bij hun emoties, en cijferen zichzelf weg in relaties. Ze hebben geleerd om te overleven door hun eigen behoeften te negeren.

6. 'Alleen zijn is gevaarlijk of bedreigend.'

Soms voelt het kind eenzaamheid alsof het gevaarlijk is, of ziet het als bewijs dat het onwaardig is. De ouder was misschien afwezig en liet een leegte achter die aanvoelde als existentiële dreiging.

Als volwassene kan dit zich uiten in verlatingsangst, klampgedrag, moeite met alleen zijn, of het vermijden van zelfstandigheid. Je hunkert naar verbinding, maar hebt geleerd dat het nooit veilig is zonder controle of compensatie.

Waarom deze wonden je hele systeem beïnvloeden

Deze wonden zijn geen overtuigingen die je bewust denkt, maar patronen die diep in je lichaam en zenuwstelsel zijn verankerd. Nabijheid kan spanning oproepen, plezier kan gepaard gaan met angst en elke relatie kan oude alarmreacties activeren. Daarom kan het bijvoorbeeld lijken alsof relaties automatisch zwaar of verwarrend zijn, ook als je rationeel weet dat je een goede keuze maakt. Het is niet dat je iets verkeerd doet; je systeem reageert zoals het ooit moest overleven.

Helen op lichaamsniveau

Helen begint niet bij beter communiceren of ‘het anders doen’ in relaties. Het begint bij het herstellen van basisveiligheid in het lichaam. Pas wanneer het zenuwstelsel leert dat het nu veilig is, ontstaat er meer ruimte voor nabijheid, je uiten en wederkerigheid.

Veiligheid leren voelen voordat je iets hoeft te veranderen.

Voor veel mensen met ontwikkelingstrauma staat het zenuwstelsel chronisch in alarm. Het lichaam verwacht afwijzing, verlies of overweldiging, zelfs wanneer daar in het heden geen directe aanleiding voor is.

Heling begint met het herkennen van je eigen staat: is er voldoende regulatie en aanwezigheid, of ben ik aan het overleven?

Door veiligheid te leren voelen in kleine stapjes, bijvoorbeeld via adem, vertraging, gronding of zachte aandacht voor lichamelijke sensaties, leert het lichaam dat het niet voortdurend op zijn hoede hoeft te zijn.

Zonder deze basis blijft elke relationele stap een gevecht tegen het eigen systeem dat je helpt met overleven.

Grenzen voelen in plaats van grenzen uitleggen

Veel mensen proberen grenzen te stellen met woorden, terwijl hun lichaam nog geen ‘nee’ kan dragen. Dat roept intern gevoelens op van gevaar, schuld of verlies van verbinding.

Een belangrijke sleutel is leren herkennen waar spanning, verkramping of terugtrekking ontstaat, en waar juist ruimte en ontspanning voelbaar zijn.

Grenzen ontstaan eerst in het lichaam, niet verbaal. Wanneer het lichaam leert dat afstand nemen ook veilig kan zijn, wordt het later mogelijk om dit uit te spreken met een voldoende gereguleerd zenuwstelsel.

Co-regulatie voor zelfstandigheid

Wie opgroeide met emotionele onvoorspelbaarheid heeft vaak geleerd: ik moet het alleen doen. Toch is veilige co-regulatie essentieel voor heling.

Het zenuwstelsel heeft ervaringen nodig waarin een ander consistent, afgestemd en aanwezig blijft terwijl jij iets voelt. Niet om te fixen of op te lossen, maar om te blijven.

Dit kan in therapie, coaching of in zorgvuldig gekozen relaties. Het lichaam leert dat het niet hoeft te verdwijnen, te vechten of aan te passen om verbonden te blijven.

Emoties leren dragen zonder overspoeld te raken

Het doel is om gevoelens te kunnen dragen zonder dat het systeem in alarm schiet.

Door emoties langzaam en in kleine stukjes toe te laten, precies genoeg om te integreren, niet om te overweldigen, leert het lichaam dat verdriet, boosheid of verlangen niet gevaarlijk zijn.

Ontvangen op micro-niveau

Voor veel mensen is ontvangen intiemer dan geven. Ontvangen activeert kwetsbaarheid en afhankelijkheid, precies daar waar het vroeger onveilig was.

Daarom begint ontvangen niet met grote liefdesgebaren, maar met kleine ervaringen: een compliment laten landen, steun aannemen zonder iets terug te doen, plezier voelen zonder schuld.

Het zenuwstelsel leert dan stap voor stap dat ontvangen hoeft niet te leiden tot verlies of schuld.

Relaties kiezen die het zenuwstelsel respecteren

Niet elke relatie is geschikt om in te helen. Sommige verbindingen activeren oude patronen zonder ruimte voor herstel.

Een helende relatie, professioneel of persoonlijk, kenmerkt zich o.a. door voorspelbaarheid, respect voor tempo, ruimte voor grenzen en emotionele beschikbaarheid.

Het lichaam weet vaak eerder dan het hoofd of iets veilig is. Leren luisteren naar deze signalen is een essentieel onderdeel van herstel.

Conclusie

Opgroeien met een emotioneel onvoorspelbare ouder kan leiden tot diep verankerde patronen in het zenuwstelsel die doorwerken in zelfbeeld, emotieregulatie en relaties. Deze patronen zijn het gevolg van chronische onveiligheid en inconsistente afstemming in de kindertijd, en manifesteren zich later vaak als verlatingsangst, vermijding van nabijheid, overmatige zelfkritiek of moeite met ontvangen.

Duurzame heling vraagt daarom meer dan inzicht of gedragsverandering alleen. Het vraagt om het systematisch herstellen van basisveiligheid in het lichaam en het zenuwstelsel. Wanneer het systeem leert dat nabijheid, emoties en afhankelijkheid niet langer bedreigend zijn, kunnen oude overlevingsreacties verminderen en ontstaat er ruimte voor regulatie, autonomie en wederkerige verbinding.

Je verleden hoeft je toekomst niet te bepalen. Door te werken op het niveau waar deze patronen zijn ontstaan wordt het mogelijk om relaties te ervaren als veilig, voorspelbaar en voedend, in plaats van als iets dat voortdurende aanpassing of waakzaamheid vraagt.

"Het is nooit te laat om te leren dat je mag zijn, mag ontvangen en mag verbinden, zonder dat oude wonden het overnemen. "

* Waar vader/ moeder staat, kan ook verzorger/ stiefouder etc. staan: wat van jou van toepassing is.

Wie ben ik?

Ik ben Linda Schreuder, lichaamsgericht coach en therapeut. In mijn praktijk begeleid ik volwassenen met ontwikkelingstrauma bij het vinden van rust en stevigheid van binnenuit. Daarnaast geef ik workshops en schrijf ik over lichaamsgericht werken, liefde en relaties, trauma en heling, zelfliefde en zelfzorg.

Samen aan de slag?

Wil je graag meer veiligheid, stabiliteit en rust ervaren in jouw leven? Stuur me een berichtje voor een kennismaking en dan kijken we samen wat ik voor jou kan betekenen.