"Ja maar, met mij was er niets aan de hand." Over het makkelijke kind dat leerde zichzelf weg te cijferen.

"Met mij was er eigenlijk niets aan de hand", hoor jij jezelf misschien nu zeggen. Waarschijnlijk zeg je dan ook dat jij het makkelijke kind was en dat jouw ouders meer problemen ervaarden met je broer of zus. Jezelf afvragend waar jouw problemen vandaan komen. Dat je relaties zo lastig vindt of problemen ervaart met eigenwaarde of zelfvertrouwen. Moe, gespannen of altijd alert. Hoe kan dat nou? Je denkt dat hier geen duidelijke oorzaak voor is.

Het makkelijke kind is niet altijd het zorgeloze kind

Als kind leer je al heel vroeg wat er nodig is om erbij te horen. Sommige kinderen protesteren, worden boos of laten duidelijk merken dat iets niet goed voelt. Andere kinderen doen precies het tegenovergestelde. Ze voelen haarfijn aan wat er van hen verwacht wordt en passen zich aan. Ze zijn lief, behulpzaam, zelfstandig.
Ze vragen weinig en veroorzaken geen problemen. Van buitenaf lijken ze het ideale kind. Maar van binnen kunnen ze iets heel anders ervaren.

Misschien was je niet makkelijk. Misschien was je afgestemd.

Veel vrouwen ontdekken pas op volwassen leeftijd dat ze als kind niet zozeer 'makkelijk' waren, maar vooral ontzettend goed werden in het aanvoelen van hun omgeving.

Je voelde wanneer je moeder gespannen was.
Je wist wanneer je vader met rust gelaten wilde worden.
Je probeerde ruzies te voorkomen.
Je loste dingen zelf op.
Je stelde je eigen behoeften uit.

Niet omdat iemand dat letterlijk van je vroeg. Maar omdat je onbewust ontdekte dat dit de veiligste manier was om verbinding te houden.

"Mijn ouders deden echt hun best."

En dat kan allebei waar zijn. Je ouders konden liefdevol zijn én zelf veel stress hebben. Ze konden hun uiterste best doen én emotioneel niet altijd beschikbaar zijn. Ze konden voor je zorgen én jouw gevoelens soms niet goed opmerken. Ontwikkelingstrauma ontstaat lang niet altijd door grote, ingrijpende gebeurtenissen. Soms ontstaat het juist doordat een kind zich steeds opnieuw aanpast aan wat de omgeving nodig heeft. Omdat er onvoldoende ruimte was voor wie het kind zelf was.

De gevolgen zie je vaak pas later

Als volwassene ben je misschien nog steeds degene die alles regelt. Je vraagt niet snel om hulp. Je vindt het lastig om te ontvangen. Je voelt haarfijn aan wat anderen nodig hebben, maar weet nauwelijks wat jij zelf voelt. Je bent sterk. Tenminste... zo ziet de buitenwereld het. Van binnen kost dat voortdurende aanpassen ongelooflijk veel energie.

Er is niets mis met jou

Veel vrouwen voelen opluchting wanneer ze dit gaan begrijpen. Niet omdat ze ineens hun ouders de schuld willen geven. Maar omdat ze ontdekken dat hun patronen logisch zijn. Dat hun lichaam ooit een slimme manier heeft gevonden om veilig te blijven. En wat ooit helpend was, hoeft niet voor altijd zo te blijven. Je hoeft niet te bewijzen dat jouw jeugd 'erg genoeg' was om serieus te mogen nemen wat je nu ervaart. Je hoeft alleen nieuwsgierig te worden naar de vraag:

Hoeveel ruimte was er vroeger eigenlijk voor míj?

Misschien was je inderdaad een makkelijk kind. Of misschien was je een kind dat al heel jong leerde dat aanpassen veiliger voelde dan jezelf laten zien. En dat is een wereld van verschil.

"Ja maar, met mij was er niet iets aan de hand."

Over het 'makkelijke kind' dat leerde zichzelf weg te cijferen.

"Nee hoor, met mij was niets aan de hand."

Het is misschien wel de zin die ik het vaakst hoor.

"Ik was een makkelijk kind."
"Mijn ouders hoefden zich om mij geen zorgen te maken."
"Ik speelde gewoon."
"Ik redde me wel."
"Mijn broer had veel meer aandacht nodig."
"Mijn zus was degene met de problemen."

Vaak wordt het bijna met een glimlach verteld. Alsof het een compliment is.

En ergens is dat ook begrijpelijk. Wie wil er nu geen makkelijk kind zijn?

Toch ben ik altijd nieuwsgierig naar wat er achter die woorden schuilgaat.

Want tegenover mij zit meestal geen vrouw die zich moeiteloos door het leven beweegt. Ze is slim, zelfstandig en verantwoordelijk. Ze heeft veel bereikt. Mensen zien haar als krachtig.

Maar van binnen is ze moe.

Ze staat altijd 'aan'. Ze voelt zich snel verantwoordelijk voor anderen. Ontspannen lukt nauwelijks. Hulp vragen voelt ongemakkelijk. Ze begrijpt haar patronen inmiddels vaak heel goed, maar merkt dat begrijpen iets anders is dan veranderen.

En dan vraag ik me af:

Was jij echt een makkelijk kind? Of was je een kind dat heel goed had geleerd zich aan te passen?

Wat bedoelen we eigenlijk met 'makkelijk'?

Een makkelijk kind is vaak een kind dat weinig vraagt.

Een kind dat zichzelf aankleedt.
Dat zich vermaakt.
Dat niet veel huilt.
Dat geen ruzie maakt.
Dat zich aanpast.
Dat begrijpt dat papa moe is.
Dat merkt dat mama gespannen is.
Dat niet nog een extra belasting wil zijn.

Voor ouders kan dat voelen als een zegen.

Maar voor een kind is de vraag eigenlijk een andere:

Waarom vroeg dit kind zo weinig?

Soms is dat gewoon temperament.

Maar soms heeft een kind al vroeg geleerd dat zijn eigen behoeften minder ruimte krijgen dan de behoeften van de mensen om hem heen.

Kinderen zijn meesters in aanpassen

Een kind is volledig afhankelijk van zijn ouders of verzorgers.

Niet alleen voor eten, kleding en onderdak.

Maar vooral voor veiligheid, troost, verbinding en emotionele afstemming.

Als een kind merkt dat een ouder veel stress heeft, ziek is, overbelast raakt of zelf weinig ruimte heeft voor emoties, gebeurt er iets heel bijzonders.

Het kind denkt niet:

"Mijn ouder heeft het moeilijk."

Het lichaam van het kind leert:

"Ik moet zorgen dat het niet nóg moeilijker wordt."

En dus past het zich aan.

Niet bewust.

Niet omdat iemand dat letterlijk vraagt.

Maar omdat het zenuwstelsel altijd op zoek is naar de veiligste manier om verbonden te blijven.

Voor het ene kind betekent dat protesteren.

Voor het andere kind betekent het juist stil worden.

Behulpzaam zijn.

Goed presteren.

Geen gedoe veroorzaken.

Het 'makkelijke kind' is vaak ongelooflijk goed geworden in het aanvoelen van anderen.

"Maar mijn ouders deden echt hun best."

Dat geloof ik vaak meteen.

En het één sluit het ander niet uit.

Je ouders konden liefdevol zijn.

Ze konden ontzettend hard werken.

Ze konden je alles hebben willen geven wat ze zelf gemist hadden.

En tegelijkertijd konden ze emotioneel beperkt beschikbaar zijn. Niet omdat ze niet van je hielden, maar omdat ze zelf moesten overleven.

Misschien was er weinig rust.

Misschien waren er zorgen.

Misschien werd er niet veel gesproken over gevoelens.

Misschien was er simpelweg geen ruimte om stil te staan bij wat jij van binnen beleefde.

Dat is iets anders dan slechte ouders.

Het gaat niet over schuld.

Het gaat over de omstandigheden waarin jouw zenuwstelsel zich heeft ontwikkeld.

De slimme oplossingen van toen...

Als kind waren jouw aanpassingen waarschijnlijk ontzettend intelligent.

Je werd zelfstandig.

Je voelde stemmingen feilloos aan.

Je loste problemen zelf op.

Je vroeg weinig.

Je stelde anderen gerust.

Je ontwikkelde misschien een groot verantwoordelijkheidsgevoel.

Die kwaliteiten hebben je waarschijnlijk veel gebracht.

Misschien juist wel de carrière die je nu hebt.

Misschien waarderen mensen je omdat je betrouwbaar bent, betrokken bent en altijd klaarstaat.

Maar iedere overlevingsstrategie heeft ook een prijs.

...kunnen je als volwassene in de weg gaan zitten

Misschien herken je dat je:

  • moeilijk kunt ontspannen, ook als daar alle ruimte voor is;
  • sneller voelt wat een ander nodig heeft dan wat jij zelf nodig hebt;
  • hulp liever geeft dan ontvangt;
  • je schuldig voelt als je grenzen stelt;
  • veel verantwoordelijkheid draagt;
  • altijd bezig bent om het goed te doen;
  • diep van binnen bang bent om anderen teleur te stellen.

Dan is de kans groot dat jouw zenuwstelsel nog steeds doet wat het vroeger geleerd heeft:

Afstemmen. Aanpassen. Voorkomen dat je tot last bent.

Niet omdat dat vandaag nodig is.

Maar omdat het ooit veiligheid bracht.

Je hoeft je verleden niet erger te maken dan het was

Soms hoor ik vrouwen bijna verontschuldigend zeggen:

"Er zijn mensen die écht iets hebben meegemaakt. Ik mag eigenlijk niet klagen."

Maar herstel begint niet met vergelijken.

Het begint met erkennen.

Niet de vraag:

"Was mijn jeugd erg genoeg?"

Maar:

"Wat heeft mijn jeugd van mij gevraagd?"

Dat is een heel andere vraag.

Van begrijpen naar voelen

Veel vrouwen die bij mij komen, hebben hun verhaal al vaak verteld.

Ze weten waarom ze zijn geworden wie ze zijn.

Ze hebben boeken gelezen. Podcasts geluisterd. Therapie gevolgd.

En toch blijven dezelfde patronen terugkomen.

Dat is niet omdat je niet genoeg inzicht hebt.

Het is omdat deze patronen niet alleen in je gedachten leven.

Ze leven ook in je lichaam.

Je zenuwstelsel heeft jarenlang geoefend in alert zijn, aanpassen en sterk zijn.

Daarom vraagt herstel om meer dan begrijpen alleen.

Het vraagt om nieuwe ervaringen van veiligheid. Om langzaam te ontdekken dat je niet steeds hoeft te zorgen, te presteren of je aan te passen om verbonden te blijven.

Misschien was je helemaal niet 'makkelijk'

Misschien was je een kind dat ongelooflijk goed was in overleven.

Een kind dat haar omgeving zorgvuldig in de gaten hield.

Een kind dat voelde wat anderen nodig hadden.

Een kind dat zichzelf een beetje kleiner maakte, zodat er ruimte bleef voor iedereen.

Dat was toen misschien precies wat nodig was.

Maar vandaag hoef je dat niet meer alleen te doen.

En misschien is dat wel de grootste ontdekking van allemaal.

Dat er nooit iets mis was met jou.

Je deed precies wat een kind doet dat verlangt naar verbinding en veiligheid.

En nu mag je stap voor stap ontdekken hoe het is als er óók ruimte komt voor jou.