"Ik begrijp mezelf inmiddels best goed. Ik weet waar mijn patronen vandaan komen. Ik heb therapie gehad, boeken gelezen, podcasts geluisterd. Maar waarom voel ik nog steeds zo weinig rust?"
Misschien geldt dit voor jou. Je hebt al innerlijk werk gedaan. Je kunt goed reflecteren en je bent je bewust van je triggers. Ook probeer je gezondere keuzes te maken dan vroeger.
En toch merk je dat je soms in dezelfde patronen blijft schieten en dat rust soms niet vanzelfsprekend voelt. Alsof je lichaam niet helemaal mee lijkt te bewegen met alles wat je inmiddels begrijpt. Dat kan ontzettend frustrerend zijn. Want als je zoveel hebt geleerd over jezelf, waarom voelt het dan niet lichter?
Begrijpen is niet hetzelfde als veranderen
Misschien weet je ook dit al: maar begrijpen is niet hetzelfde als veranderen. Voor een groot deel is inzicht en logisch beredeneren belangrijk en van waarde. Bewustwording is vaak de eerste stap naar verandering. Maar inzicht alleen verandert niet automatisch hoe je zenuwstelsel reageert.
Zo kun je misschien precies weten waarom je bang bent om afgewezen te worden. Of je kunt begrijpen dat je perfectionisme ooit een manier was om liefde of veiligheid te krijgen. Ook kun je misschien herkennen dat je steeds voor anderen zorgt voordat je naar jezelf kijkt.
Maar ondertussen kan je lichaam nog steeds reageren alsof die oude situaties vandaag de dag nog plaatsvinden. Dat komt omdat hechtingspatronen in je onbewuste leven en er ooit waren om jou veilig te houden. Veel van onze reacties ontstaan dan ook vanuit wat als bekend wordt ervaren en wat ons systeem heeft geleerd als veilig. Wat vroeger nodig was om je aan te passen aan je omgeving, kan later zichtbaar worden als patronen in je zenuwstelsel.
Misschien leerde je dat je voortdurend alert moest zijn op de stemming van anderen. Dan kan waakzaamheid vertrouwd gaan voelen, terwijl ontspanning juist onwennig is. Misschien leerde je dat fouten kritiek opleverden. Dan kan perfectionisme veiliger voelen dan iets gewoon goed genoeg doen. Misschien wist je nooit goed wat je kon verwachten. Dan kan controle vertrouwd voelen, terwijl loslaten spanning oproept. Misschien was er weinig ruimte voor jouw gevoelens. Dan kan zorgen voor anderen vanzelfsprekender voelen dan stilstaan bij wat jij nodig hebt. Misschien moest je steeds voorbereid zijn op wat er mis kon gaan. Dan kan piekeren voelen als verantwoordelijkheid, terwijl rust aanvoelt alsof je iets over het hoofd ziet.
Waarom meer analyse niet altijd helpt
Wanneer de onrust blijft, is het logisch dat je nog harder je best gaat doen. Nog een boek, nog een cursus, nog meer reflectie nog meer proberen te begrijpen. Maar dit werkt juist vaak averechts. Want de oplossing ligt vaak in het tegenovergestelde van wat je probeert te doen. Dat betekent juist vertraging als je harder wil gaan. Aanwezig blijven bij wat er gebeurt zonder het direct te willen oplossen. Opmerken dat je schouders gespannen zijn. Voelen dat je adem hoog zit. Herkennen dat je lichaam zich haast terwijl daar geen directe reden voor is. Nieuwsgierig worden naar je ervaring zonder het direct te analyseren.
Dat is vaak het moment waarop echte verandering begint. Want nieuwe ervaringen creëren nieuwe veiligheid. Een zenuwstelsel leert niet (alleen) door uitleg. Het leert vooral door ervaring. Door keer op keer te ervaren dat je een grens kunt aangeven en toch verbonden blijft. Dat je mag vertragen zonder dat er iets ergs gebeurt. Dat je emoties kunt voelen zonder er door overspoeld te raken. Dat je niet voortdurend hoeft te presteren om waardevol te zijn.
Elke keer dat je lichaam zo'n ervaring opdoet, ontstaat er langzaam ruimte voor een nieuwe vorm van veiligheid. Dat proces verloopt meestal niet zo spectaculair als je soms beloofd wordt. Het zit in kleine momenten. Kleine verschuivingen die uiteindelijk grote veranderingen mogelijk maken. Veranderingen waardoor het rustiger wordt in de basis en niet meer slechts aan de oppervlakte.
Rust is geen eindpunt.
Veel mensen zien rust als iets wat ze uiteindelijk moeten bereiken. Alsof er een moment komt waarop alles eindelijk opgelost is. Maar rust ontstaat vaak niet doordat er niets meer speelt. Rust ontstaat doordat je anders leert omgaan met wat er speelt. Doordat je jezelf steeds minder hoeft te bevechten. Doordat je lichaam langzaam leert dat het niet voortdurend op scherp hoeft te staan. Dat vraagt tijd, geduld en vooral zachtheid.
Dus niet nóg harder werken aan jezelf, maar jezelf ontmoeten op de plekken waar je nog steeds spanning, angst of onrust ervaart. Daar begint vaak de echte verschuiving. Niet groot en spectaculair maar wel diep voelbaar.
Wil je hier begeleiding bij?
Als je voelt dat je hier begeleiding bij wilt, neem dan contact op voor een kennismaking. Ik kijk graag met jou of je hulpvraag aansluit met mijn manier van werken.