Misschien vraag je je weleens af waarom je steeds weer in dezelfde patronen terechtkomt. Waarom je jezelf zo gemakkelijk aanpast aan wat anderen nodig hebben, terwijl je diep vanbinnen verlangt om ook jezelf serieus te nemen. Waarom grenzen stellen zoveel spanning oproept. Waarom je altijd sterk bent voor anderen, maar het moeilijk vindt om zelf om hulp te vragen. Of waarom je precies weet wat je nodig hebt, maar er op de momenten die ertoe doen toch niet naar kunt handelen.
Alsof een deel van jou al lang geleden heeft geleerd wat nodig is om veilig te blijven, en dat deel reageert vaak sneller dan je bewuste gedachten. Dat is geen toeval: veel van de manieren waarop je jezelf vandaag beschermt, zijn ontstaan bij het meisje dat je ooit was.
En nu maak je je eigen keuzes. Je hebt een eigen leven. Misschien een partner, kinderen, een carrière of een eigen praktijk. Aan de buitenkant lijkt het alsof je verder bent gegaan. Maar diep vanbinnen leeft ook het meisje dat je ooit was. Niet als een herinnering, maar als een deel van jou dat ooit leerde hoe het veilig kon blijven.
Niet bewust. Niet omdat iemand haar dat letterlijk vertelde. Maar omdat een kinderbrein altijd op zoek gaat naar één ding:
Hoe blijf ik veilig?
Als kind ben je volledig afhankelijk van de mensen om je heen. Je kunt niet weglopen. Je kunt de situatie niet veranderen. En je hebt nog geen volwassen perspectief op wat er echt aan de hand is. Ook is het te veel om te dragen om in te zien dat degenen van wie je afhankelijk bent, jou niet kunnen geven wat je nodig hebt. Dus verander je onbewust jezelf. Je reageert niet altijd vanuit wie je bent, maar vanuit wie je ooit moest worden. Dat is overleving.
Je bent niet geboren met deze patronen
Geen enkel kind wordt geboren met de overtuiging dat ze perfect moet zijn, niemand tot last mag zijn of alles alleen moet oplossen. Dat leert een kind. Omdat een kind zich voortdurend aanpast aan de omgeving waarin het opgroeit. Soms zijn het de dingen die gezegd werden.
Bijvoorbeeld: "Doe niet zo moeilijk."
"Je bent wel heel gevoelig."
"Niet huilen."
En soms zijn het juist de dingen die nooit waren:
"Je bent veilig."
"Je mag voelen wat je voelt."
"Je hoeft niets te doen om liefde waard te zijn."
Kinderen trekken geen volwassen conclusies. Ze trekken persoonlijke conclusies, zoals: er is iets mis met mij, ik moet me aanpassen, ik moet harder mijn best doen of: ik moet zorgen dat niemand boos wordt.
En deze patronen neem je mee in volwassenheid.
Een kind doet wat nodig is om zich veilig te voelen
Misschien leerde je dat verdriet ongemakkelijk was. Dus slikte je je tranen in. Je werd sterk en onafhankelijk.De vrouw die zegt: "Ik red me wel." Maar diep vanbinnen verlang je er misschien al jaren naar dat iemand eens vraagt hoe het écht met je gaat.
Misschien leerde je dat liefde niet vanzelfsprekend voelde. Dat je lief, behulpzaam of makkelijk moest zijn om verbinding te houden. Dus werd aanpassen jouw tweede natuur. Nu ben je de vrouw die altijd rekening houdt met iedereen. Die precies aanvoelt wat een ander nodig heeft. Die moeilijk "nee" zegt. En die zich soms afvraagt waarom ze zichzelf onderweg steeds kwijtraakt.
Misschien groeide je op in een huis waarin je nooit wist welke sfeer je zou aantreffen. Dan leerde jouw zenuwstelsel voortdurend te scannen. Wie is er boos? Is het veilig? Moet ik iets oplossen? Moet ik stil zijn? Nu merk je misschien dat je overal spanning voelt. Dat je mensen leest voordat ze iets zeggen. Dat je altijd 'aan' staat, zonder precies te weten waarom.
Misschien was er geen ruimte voor jouw boosheid. Misschien werd je afgewezen als je voor jezelf opkwam.
Dus leerde je dat harmonie belangrijker was dan eerlijkheid. Nu slik je woorden in. Twijfel je aan je grenzen. En voel je pas hoe moe je bent wanneer je lichaam op de rem trapt.
Misschien moest je al jong verantwoordelijkheid dragen die eigenlijk niet bij een kind hoorde. Je zorgde voor de sfeer. Voor een ouder. Voor broertjes of zusjes.
Of je leerde al vroeg dat jouw behoeften minder belangrijk waren dan die van anderen. Nu ben je degene die altijd alles regelt. Waar iedereen op kan bouwen. Maar als iemand vraagt: "En hoe gaat het met jou?" Weet je soms niet eens wat je daarop moet antwoorden.
Misschien leerde je dat fouten maken onveilig was. Dat waardering kwam door goed je best te doen. Dus werd presteren een manier om je bestaansrecht te voelen. Niet omdat ambitie verkeerd is. Maar omdat rust soms onveiliger voelt dan doorgaan.
Misschien herken je jezelf niet in één verhaal. Misschien herken je jezelf in meerdere. Dat is niet vreemd want
vaak is het een combinatie van verschillende overlevingspatronen. Ze bouwen op elkaar voort en worden langzaam onderdeel van hoe je naar jezelf kijkt, hoe je relaties aangaat en hoe je door het leven beweegt.
De vrouw die je bent, draagt nog de lessen van het meisje dat je was
Het bijzondere is dat deze patronen ooit ongelooflijk intelligent waren. Ze hielpen een kind om zich aan te passen aan een omgeving waar ze geen invloed op had. Ze zorgden ervoor dat je verbonden bleef.
Dat je afwijzing zoveel mogelijk voorkwam. Dat je spanning leerde verdragen. Dat je overeind bleef.
Ze hebben je gedragen. Maar wat je als kind beschermde, kan je als volwassen vrouw ook beperken.
Niet omdat je niet genoeg aan jezelf hebt gewerkt. Maar omdat jouw lichaam nog steeds reageert vanuit een tijd waarin veiligheid afhing van aanpassen, zorgen, presteren of verdwijnen.
Je hoeft het meisje in jou niet te veranderen
Misschien is dat wel de grootste misvatting: dat we onze patronen moeten bevechten. Dat we harder ons best moeten doen en dat we onszelf moeten 'fixen'. Zoveel vrouwen voeren ongemerkt strijd met zichzelf. Ze willen af van het aanpassen, van hun perfectionisme en van hun behoefte aan controle. Maar ook van hun angst en hun gevoeligheid. Maar wat als die patronen ooit de enige manier waren waarop een klein meisje zich veilig kon voelen? Dan verdienen ze niet als eerste kritiek. Ze verdienen erkenning. Want dat meisje deed niets verkeerd. Ze was niet zwak. Ze was niet lastig. Ze was niet te gevoelig. Ze deed precies wat nodig was om zichzelf staande te houden.
Herstel begint niet met harder werken
Misschien vraagt herstel daarom niet als eerste om verandering. Misschien begint het met iets veel zachters.
Met stilstaan. Met begrijpen zonder jezelf te veroordelen. Met voelen wat je jarenlang hebt weggeduwd.
Herstel betekent niet dat het meisje in jou verdwijnt. Het betekent dat de volwassen vrouw steeds vaker naast haar komt staan. Dat ze innerlijk zegt: "Ik zie waarom je dit doet." en: "Dankjewel dat je me al die jaren hebt beschermd." In plaats van: "Jij moet weg." Het gaat erom dat je als volwassen vrouw steeds vaker tegen het meisje in jou kunt zeggen: "Vandaag hoef je het niet meer alleen te doen, we doen het samen."
En misschien is dát het moment waarop een overlevingspatroon langzaam begint te veranderen. Niet omdat het wordt weggeduwd. Maar omdat het zich eindelijk veilig genoeg voelt om los te laten. Want uiteindelijk gaat heling niet over een ander mens worden maar het gaat erom dat je steeds minder hoeft te overleven. En steeds meer mag leven. Niet als het meisje dat zich voortdurend moest aanpassen. Maar als de vrouw die ontdekt dat ze niets meer hoeft te verdienen. Dat ze niet kleiner hoeft te worden om geliefd te zijn. Dat ze niet altijd sterk hoeft te zijn om waardevol te zijn. En dat ze, precies zoals ze is, alle ruimte mag innemen die ze als kind zo vaak heeft gemist.
Samenwerken?
Voel je dat het tijd is om hier samen naar te kijken? We onderzoeken samen waar je tegenaan loopt, wat jouw overlevingspatronen je ooit hebben gebracht en wat je nodig hebt om stap voor stap meer vanuit jezelf te gaan leven. Vraag hier een kennismaking aan.